Naar inhoud
Binnenkort open · vanaf januari 2027 · Assen, meld je aan voor de wachtlijst
De kern van de methode

Tien grondvormen, één compleet bewegend kind.

Alles wat een mens kan, is terug te brengen tot tien grondvormen van bewegen. Bij ons komt je kind ze elke week állemaal tegen. Hier lees je wat elke vorm inhoudt en waarom hij ertoe doet.

Onze aanpak, De Core Map

Niet één sport, tien manieren van bewegen.

Wetenschappelijk onderbouwd, dagelijks ontworpen. Elke week raakt je kind alle tien grondvormen van bewegen aan, van balanceren en klimmen tot gooien en dansen op muziek.

01balanceren
02stoeien
03gooien
04klimmen
05mikken
06rennen
07schoppen
08springen
09draaien
10muziek
Core
De tien grondvormen
01Balanceren & vallen
02Stoeien & vechten
03Gooien & vangen
04Klimmen & klauteren
05Mikken & schieten
06Rennen & lopen
07Schoppen & slaan
08Springen & landen
09Draaien & zwaaien
10Wandelen & bewegen op muziek
Vorm voor vorm

Wat elke grondvorm je kind brengt.

Geen vak, geen les: elke vorm zit verstopt in spel. Dit is wat er per vorm geoefend wordt.

01

Balanceren & vallen

Evenwicht zoeken op een balk, een boomstam of een lijn. En net zo belangrijk: leren vallen zonder je te bezeren. De basis onder elke andere beweging.

02

Stoeien & vechten

Krachten meten binnen duidelijke regels: duwen, trekken, rollen. Kinderen leren hun kracht doseren en grenzen voelen: die van zichzelf en die van een ander.

03

Gooien & vangen

Een bal, een frisbee, een pittenzak: mikken op afstand, timen bij het vangen. Oog-handcoördinatie in zijn puurste vorm.

04

Klimmen & klauteren

Omhoog over een net, een muur of een boom. Vraagt kracht, grip en een plan, en geeft het zelfvertrouwen van 'ik kwam er zelf op'.

05

Mikken & schieten

Richten op een doel: met een stick, een voet of uit de hand. Precisie boven kracht.

06

Rennen & lopen

Sprinten, joggen, sluipen, over hindernissen. Tempo maken en tempo houden: de motor van bijna elk spel.

07

Schoppen & slaan

Een bal wegtrappen, een slag met een stick of racket. Kracht overbrengen op een voorwerp, met controle.

08

Springen & landen

Ver, hoog, van iets af. En vooral: goed neerkomen. Explosiviteit en veerkracht in één beweging.

09

Draaien & zwaaien

Om een as: aan een touw, om een rekstok, in een koprol. Went het lichaam aan snelheid en oriëntatie in de lucht.

10

Wandelen & bewegen op muziek

Ritme, dans en expressie. De grondvorm die veel sportaanbieders overslaan, en die coördinatie en durf op een heel eigen manier traint.

Zo ziet dat er in de praktijk uit.

In onze aanpak lees je hoe de tien vormen over de week verdeeld worden, en op de wachtlijst zie je het straks in het echt.